Curaçao Krónika
Een persoonlijke beleving van Curaçao
dinsdag 15 mei 2012
Tussentijdse evaluatie
Je zou me eens moeten zien zitten. Ik zit buiten, dat wel. Het temperatuurtje is lekker. Ik zit achter een computertafeltje met daarop mijn laptop. Het computertafeltje moet ik met mijn voeten vast houden, anders rolt het weg. Naast me een lamp van binnen die ik even buiten heb gezet. Nee, het moet niet gaan regenen plotsklaps, want dan moet ik alles als de sodemieter naar binnen sjouwen. Links van mij Senna, de hond. Die vindt alles best. Rechts van mij een muur. Net gemetseld. Een muur van iets dat straks onze slaapkamer gaat worden. Het is alleen nog een muur, gemaakt van zogenaamde 'blokkies'. Verder nog niks. Nou ja, het staat op een fundering. Een goeie fundering, dat dan weer wel. Het wordt een stevige slaapkamer. En er wordt goed gewerkt, dat moet ik zeggen.
Ik dacht, weet je wat? Ik ga vanavond aan de special van het Europees Kampioenschap werken. Een tabloid die vlak voor het WK met de gewone krant meegaat. Ik heb al een boel informatie opgeslagen op mijn computer die op kantoor staat. Daar kan ik van huis uit op inloggen. Normaal gesproken. Als het goed is. Maar het is niet normaal en het is niet goed, want ik kom er niet in. Daar ga ik dan weer met mijn goede voornemens.
Nah, ik steek er maar eentje op en klets wat verder. Papier is geduldig. Blogspot ook. Hopelijk u/jij ook.
Weet je, ik zat laatst eens te denken. Ik maakte de balans op van een half jaar Curaçao. Wat vind ik er nou eigenlijk van? Ben ik blij met de stap die we gezet hebben? Aan de ene kant wel, want anders had ik nu niet geweten wat ik per se wilde weten. Namelijk hoe het zou zijn om hier te wonen. Aan de andere kant vraag ik me af wat ik ermee ben opgeschoten. Behalve dan die wijsheid. Van een half jaar op Curaçao wonen.
Het is een bizar half jaar geweest, dus daar mag ik mijn ervaring van het hier wonen niet op afschieten. Ik moet nog even door en mijn nieuwe leven een kans geven. Ik moet ook wel, want mijn oude leven is al door het afvoerputje. De 'point of no return' ben ik allang voorbij. Ik zal dus moeten vliegen. Goedschiks of kwaadschiks. Om maar even in die beeldspraak te blijven: we weten het vliegtuig in de lucht te houden. Met kunst en vliegwerk, dat wel. Draadje hier, plakbandje daar en flink wapperen met die armen. Letterlijk.
Kijk, ik was nooit iemand van kamperen. Ik ben niet van het behelpen. Maar je moet alles ooit meemaken in het leven en dus ben ik nu aan het kamperen, want me aan het behelpen. Maar goed, als je weet dat straks alles beter is, dan houd je dat wel vol. Dan is het ook niet gemakkelijk omdat - en daar had ik mee moeten beginnen, maar dat sloot niet zo lekker aan - omdat mijn schoonmoeder op sterven ligt. Tenminste, dat zeggen ze. Al een maand of wat. Nou is ze er slecht aan toe, dat moge duidelijk zijn. En dat is kloten. Voor haar, in tweede instantie voor mijn vrouw, haar dochter en in derde instantie voor Estiven en mij.
We hebben ze een tijd thuis verzorgd, Michelle dan, maar dat was geen doen meer. Nu verkeert ze in een hospice. Moeilijk. Moeilijk. Ik heb het er moeilijk mee. Nog geen jaar geleden lag mijn vader ook in een hospice. Vrij plotseling. Ik bedoel, eind april bleek dat het mis was, eind juli lag hij in een hospice en een paar dagen later was het gebeurd met hem. Het ging allemaal zo snel dat ik het niet eens besefte.
Daarna gingen we aan de slag om naar Curaçao te vertrekken. Geen tijd dus om het verlies echt te verwerken. Vervolgens waren we druk om ons hier in te passen en tegelijkertijd aan te passen. Mijn schoonmoeder hoorde ongeveer een jaar geleden dat de gevreesde ziekte bij haar was teruggekeerd. Een hele periode van onzekerheid volgde, tot we in november de zekerheid kregen dat er niks meer aan te doen was en dat ook zij zou gaan. Het komt dus allemaal 'lekker' samen. We rollen van het een in het ander zo. Maar ja.
Heb ik dus het overlijden van mijn vader verwerkt? Nee, zou je zeggen. Aan de andere kant: wanneer heb je zoiets verwerkt? En wat is dat eigenlijk: verwerken?
Doorgaan dus maar. Gewoon. Pluk de dag. Maak er iets van, elke dag, ook al valt het soms niet mee.
En dat lukt aardig. Ondanks dat ik mijn familie en vrienden mis. En NAC, Jeffrey vooral. Voetbal in het bijzonder. Dat heerlijke, domme sfeertje. Goh, wat houd ik daarvan.
Voetbal heb je hier ook, maar het ligt organisatorisch helemaal op zijn gat. Het is gewoon een zooitje. Ik ben ambitieus begonnen, maar het is als trekken aan een dood paard. Het is al moeilijk voor de bond hier om een stand te produceren! En het zelf allemaal bijhouden is ondoenlijk, omdat je nooit weet wanneer er precies gevoetbald wordt. Voor de Eerste Divisie gaat het de laatste weken nog wel, maar de Tweede Divisie...
En kan Jeroen daar iets aan veranderen? Nee. Dat ligt, zeker als macamba, buiten mijn macht. Alles grijpt hier in elkaar en iedereen dekt elkaar. De zogeheten wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht, het loopt hier allemaal door elkaar heen. En niet alleen op voetbalgebied. Op alle gebied. En dus kom je nooit ergens tussen.
Het is allemaal heel complex, maar die simpele conclusie heb ik nu al kunnen trekken, na een half jaar.
Erg eigenlijk.
maandag 30 april 2012
Minister
Ik heb gisteren een minister ontmoet. Van gezondheidszorg, als ik het goed heb. Zo gaat dat hier. Je komt een minister gewoon tegen aan de bar. Ik had al een andere minister ontmoet, waarmee ik een afspraak had, maar dat was hij even vergeten. Geen probleem, hij noteerde mijn nummer en zou me bellen voor een afspraak. Op de redactie glimlachten ze minzaam. Ik weet nu waarom, want ik wacht nog steeds op zijn belletje. Het zijn van die dingen die je vooraf eigenlijk wel weet, maar die je soms toch nog kunnen verbazen. Zelf ben ik van het type 'je moet doen wat je zegt' en als ik het eens vergeet, dan herinnert Estiven me er wel aan. Maar je gaat toch uit van bepaalde vanzelfsprekendheden in het leven. Moet je niet doen op Curacao (mijn cedille doet het niet, dus vandaar de verkeerde c in Curacao). Je moet het niet doen, want je raakt teleurgesteld en in een later stadium zelfs gefrustreerd. Niet doen dus. En op een gegeven moment merk je dat het leven daar ook wel gemakkelijker door kan worden. Want als jij niets hoeft te verwachten van de ander, verwachten ze ook niks van jou. Eeeeeeh.
Maar goed, de minister. Een dame uit ons dorp. Een tante van een van mijn beste vrienden. Een poosje lang stond ik als een verlegen schooljongen te denken 'zal ik haar aanspreken of niet?' Het duurde zo'n tien minuten en toe kwam ze op me af. Heel enthousiast, blij dat ze me weer eens zag. Maar ze vergiste zich en dacht dat ik Ryan de Jongh was. Die ken ik toevallig. Ik heb eens een interview met hem gedaan, een maand of twee geleden. Hetzij bepaald niet erg om met hem verwisseld te worden. Leuke, knappe jongen. Een knaap die eens van St. Maarten naar Curacao voer, met de kayak!
Het bood me de gelegenheid om mezelf voor te stellen, waarna we even konden kletsen. Natuurlijk in het Papiamento. Toen was mijn eten klaar en moest ik gaan. Naar huis, want daar zaten ze hongerig op me te wachten. Ministers op Curacao, het is als raadsleden vroeger in Berkel-Enschot. Je komt ze overal tegen. Gewoon. Grappig wel.
zaterdag 21 april 2012
Gutu
Noem me een jankerd. Een zeur. Een watje. Een huichelaar zelfs. Whatever. Het mag allemaal.
Kijk, wij wonen in een vissersdorp. Dat is hartstikke leuk. Echt waar. Ik voel me thuis in Boca. Leuke mensen die op hun beurt ook blij met ons lijken te zijn. Boca is wat dat betreft een eilandje op Curaçao. Maar dat terzijde.
En aangezien we aan zee wonen, gaan Estiven en ik vrijwel elke dag even zwemmen. Meestal gaan we dan naar het strandje, vijftig meter verderop. Dat is gemakkelijker voor Estiven en er zijn altijd wel mensen, soms ook kinderen die hij dan weer kent.
Er is ook elke dag een heel aardige man die zijn canaster komt leeghalen. Een canaster is een soort kooi (gemaakt van takken en gaas, op de traditionele wijze dan) die op de zeebodem wordt gezet met aas erin. De vissen komen op het aas af, vinden de ingang, gaan naar binnen en kunnen er vervolgens niet meer uit. De visser zwemt dagelijks met een zak naar zijn canaster, haalt hem leeg en komt naar de kant.
Hij gooit de vissen op de rotsenpier, aan de andere kant van het strandje en dus direct aan het water, en gaat ze direct schoon maken. Hij krabt eerst de schubben eraf, verwijdert dan de ingewanden, et cetera. Logisch. Dat doe je als je vissen vangt om ze te eten. Maar ik zie de vissen dan liggen, met al die prachtige kleurtjes en vormpjes, naar adem happend, wat spartelend en in sommige gevallen trachtend met sprongetjes de waterlijn weer op te zoeken.
De meeste vissen leven niet meer als ze onder handen worden genomen, sommigen wel. Dat vind ik toch moeilijk om te zien, ergens. En ik sta er toch vaak naar te kijken. Hoe gek is dat?
Maar ik heb het overal mee, hoor. Met kippen, konijnen, koeien, varkens, wat dan ook. Ik eet het allemaal, huichelaar die ik ben, maar ik wil er niet aan denken wat er allemaal vooraf is gegaan aan dat stukje vlees op mijn bord. Het ergste vind ik het nog wel als ze dieren levend de strot doorsnijden en vervolgens dood laten bloeden. Dat schijnt kosher te zijn of zo. Misschien ook beter voor het vlees. Maar ik vind het niks. Als een dier dood moet, dan liever snel en zo pijnloos als mogelijk.
Ik weet het. Ik ben een jankerd. En als ik hierover zeur, moet ik vegetariër worden. Punt. Dus ik zeur niet ;-)
zondag 15 april 2012
Euthanasie
Weet je wat ik eigenlijk moet concluderen? Dat het geloof erg sterk is in met name de meest gewelddadige landen. Waar een mensen- laat staan dierenleven niet telt. Ik kom nog even terug op Mexico (zie verderop in dit blog): de drugsmafia aldaar en alle mensen die eraan verbonden zijn, ze hebben één ding gemeen, ze zijn zo gelovig als de pest. Maar de Bijbel hebben ze klaarblijkelijk nooit gelezen, of toch in elk geval niet op waarde geschat. De tien geboden, toch het belangrijkste dat is opgetekend in de Bijbel, ze worden door deze lieden dagelijks met handen en voeten getreden. Ze moorden erop los en hebben geen enkel respect voor het leven van de ander.
Maar euthanasie toepassen? Zelfs als een patiënt erom vraagt? Neeeeeeh! Dat kan niet!
Vandaag kwam er een arts langs bij mijn schoonmoeder die in haar laatste levensdagen zit en ongelofelijk lijdt. Een zuster vond vanmorgen dat er toch even een arts moest langskomen. Nou, dat werd dan de dienstdoende arts, want het is zondag. Eerst zou hij niet komen, want hij zat helemaal op Cas Cora. Dat is een slordige twintig minuten van Boca. Maar hij kwam toch. 'Wat is het probleem' vroeg hij, terwijl hij van afstandje een blik op mijn schoonmoeder wierp. Enfin, we hebben het even kort uitgelegd. 'Er is niks dat we kunnen doen' zei hij. 'Je kunt haar lippen nat houden. Hoe heet ze eigenlijk, heb je een identiteits- of verzekeringskaartje?' Dat hebben we en toen we het overhandigden, keek hij eens naar het verzekeringskaartje en zei hij: 'Hier heb je niks aan, die mensen betalen nog niet eens!'
Hij keek nog eens en zei toen: 'Ja, ik kan haar meer morfine geven, maar dan gaat ze daaraan dood'...
Dan ben je toch een volstrekte mafkees, of niet?
'Nou, ik ben weer verder, want ik heb het druk'.
Ja, opgesodemieterd dokter. Dat dachten wij, maar netjes als we zijn, spraken we het niet uit.
Haar specialisten hebben haar al lang opgegeven, lang geleden. Van hen krijgen we taal nog teken. 'Zoek het maar lekker uit'.
En dat doen we dan maar...
Overigens: de zusters van het witgele kruis: petje af. Zij doen geweldig werk en hebben niet alleen oog voor de patiënt, maar ook voor de omgeving. Dat dan weer wel.
Weet je wat ik denk? Dat er een grotere straf staat op het plegen van euthanasie, al dan niet per ongeluk door een te grote dosis morfine, dan dat je iemand in koelen bloede afknalt. Wrang grapje: misschien is dat een optie...
Maar euthanasie toepassen? Zelfs als een patiënt erom vraagt? Neeeeeeh! Dat kan niet!
Vandaag kwam er een arts langs bij mijn schoonmoeder die in haar laatste levensdagen zit en ongelofelijk lijdt. Een zuster vond vanmorgen dat er toch even een arts moest langskomen. Nou, dat werd dan de dienstdoende arts, want het is zondag. Eerst zou hij niet komen, want hij zat helemaal op Cas Cora. Dat is een slordige twintig minuten van Boca. Maar hij kwam toch. 'Wat is het probleem' vroeg hij, terwijl hij van afstandje een blik op mijn schoonmoeder wierp. Enfin, we hebben het even kort uitgelegd. 'Er is niks dat we kunnen doen' zei hij. 'Je kunt haar lippen nat houden. Hoe heet ze eigenlijk, heb je een identiteits- of verzekeringskaartje?' Dat hebben we en toen we het overhandigden, keek hij eens naar het verzekeringskaartje en zei hij: 'Hier heb je niks aan, die mensen betalen nog niet eens!'
Hij keek nog eens en zei toen: 'Ja, ik kan haar meer morfine geven, maar dan gaat ze daaraan dood'...
Dan ben je toch een volstrekte mafkees, of niet?
'Nou, ik ben weer verder, want ik heb het druk'.
Ja, opgesodemieterd dokter. Dat dachten wij, maar netjes als we zijn, spraken we het niet uit.
Haar specialisten hebben haar al lang opgegeven, lang geleden. Van hen krijgen we taal nog teken. 'Zoek het maar lekker uit'.
En dat doen we dan maar...
Overigens: de zusters van het witgele kruis: petje af. Zij doen geweldig werk en hebben niet alleen oog voor de patiënt, maar ook voor de omgeving. Dat dan weer wel.
Weet je wat ik denk? Dat er een grotere straf staat op het plegen van euthanasie, al dan niet per ongeluk door een te grote dosis morfine, dan dat je iemand in koelen bloede afknalt. Wrang grapje: misschien is dat een optie...
woensdag 11 april 2012
Speelschema
Ik zal geen namen noemen. Niet van clubs, niet van betrokkenen, want jullie weten het van mij: ik beschadig liever niemand. Maar ik had vandaag een trainer aan de telefoon van een Eerste Divisieclub hier, zeg maar de eredivisie van Curaçao. Ik moest hem even ergens voor hebben. Nadat we dat hadden besproken, zei hij: 'Jeroen, nou ik je toch aan de telefoon heb... Zeg, heb jij toevallig het programma van de Eerste Divisie?'
Dat had ik. Versie nummer 6. Dacht ik. En dan hebben we niet alleen 1, 2, 3, 4 en 5 gehad, maar ook 1a, 1b, 2a, 2... Ga zo maar door. Kortom. Het verandert nogal eens, zullen we maar zeggen, het speelschema van de Eerste Divisie. Of dat nu komt door voorafgaande vergaderingen, een stadion dat gerenoveerd moet worden, lichtmasten die dreigen naar beneden te vallen, carnaval of wat dan ook, dat doet er hier nu even niet toe.
Ik heb een speelschema.
'Mooi', zei de trainer. 'Kun je mij dan zeggen wanneer en tegen wie wij onze volgende wedstrijd dan hebben?'
'Eeeeh, weet je dat dan niet?'
'Nee, geen idee, eerlijk gezegd. Wij krijgen die speelschema's niet...'
Toen heb ik hem maar verteld dat hij volgende week moet aantreden met zijn ploeg, met uur, plaats en tegenstander.
'Super, kunnen we ons voorbereiden', lachte hij.
Gelukkig, we kunnen er om lachen.
En of het klopt, dat weten we pas volgende week!
Dat had ik. Versie nummer 6. Dacht ik. En dan hebben we niet alleen 1, 2, 3, 4 en 5 gehad, maar ook 1a, 1b, 2a, 2... Ga zo maar door. Kortom. Het verandert nogal eens, zullen we maar zeggen, het speelschema van de Eerste Divisie. Of dat nu komt door voorafgaande vergaderingen, een stadion dat gerenoveerd moet worden, lichtmasten die dreigen naar beneden te vallen, carnaval of wat dan ook, dat doet er hier nu even niet toe.
Ik heb een speelschema.
'Mooi', zei de trainer. 'Kun je mij dan zeggen wanneer en tegen wie wij onze volgende wedstrijd dan hebben?'
'Eeeeh, weet je dat dan niet?'
'Nee, geen idee, eerlijk gezegd. Wij krijgen die speelschema's niet...'
Toen heb ik hem maar verteld dat hij volgende week moet aantreden met zijn ploeg, met uur, plaats en tegenstander.
'Super, kunnen we ons voorbereiden', lachte hij.
Gelukkig, we kunnen er om lachen.
En of het klopt, dat weten we pas volgende week!
maandag 9 april 2012
Estiven
Na die zware kost, vandaag een berichtje, wat lichter van aard. Het gaat over Estiven. Met de grote kleine man gaat het goed. Hij mist al zijn vriendjes en vriendinnetjes van het plein en van Berkeloo wel, alsmede al zijn speelgoed. hij is dus erg op ons aangewezen en op zich is dat niet verkeerd. We proberen zo veel mogelijk met hem te doen, maar hij weet zich ook zelf regelmatig goed te vermaken.
Hij begint weer Spaans tegen me te spreken! hij kijkt alleen maar TV in het Spaans, dus dat schiet weer lekker op! Hij vindt het nu ook wel stoer. Af en toe gooit hij er ook wat Papiamento doorheen, dat is grappig. 'Ay no, swa' is zijn favoriete uitspraak tegenwoordig ('och nee, vriend!).
En hij groeit als kool. Het wordt een flinke knaap en inderdaad, hij gaat me inhalen, al zit ik wat dat betreft naar hem toe nog in een ontkenningsfase. Slim is hij ook. Op school gaat het prima en hij had een uitstekend rapport, waarbij het zwaartepunt voor ons met name lag op gedrag en ijver. We weten dat hij een slim mannetje is, maar dat komt er niet uit als je er met de pet naar gooit of als je geen steun krijgt omdat je niet lekker ligt.
Maar hij is het fiepje van de juf. Estiven is altijd vroeg op school en maakt altijd de deur open voor de juf! Hij is en blijft een getleman. Het is een sociaal mannetje dat met anderen rekening houdt. Knap is dat. Eergisteren nog stond hij op een luchtkussen te springen bij het Blue Bay Golftoernooi waar ik voor mijn werk even heen moest. Toen waren er ook wat kleine kinderen op het springkussen die in het gedrang kwamen tussen de grotere kinderen. Dan is Estiven degene die de kleintjes beschermt en oppakt als ze huilen.
Talen zijn z'n ding. Dat is mooi, maar wij weten onderhand niet meer in welke taal we moeten spreken, willen we eens dat hij ons niet begrijpt. Engels is ook al niet meer veilig. Laatst zaten we in de auto terug van school en werk naar huis. Op de radio een Engelstalig hiphop-achtig liedje. Hoor ik ineens op de achterbank met een piepstemmetje 'I'm sexy and you know it', hahaha.
Aan de andere kant valt het niet altijd mee voor hem. Mich heeft het natuurlijk zwaar en druk met haar moeder en die eist alle aandacht op. Estiven heeft daar nog begrip voor ook (veel meer dan ik!), maar het is natuurlijk wel moeilijk voor hem. Bij vlagen gooit hij dan begrijpelijkerwijs de kont tegen de krib. En is er even geen land met hem te bezeilen. Maar dat hoort erbij. Je moet geen kind hebben dat altijd maar lief is.
We hebben hier weinig mensen verteld dat hij geadopteerd is. Op school natuurlijk wel. Eigenlijk overbodig. En als we het dan eens vertellen, kijken mensen ons met grote ogen aan. Ze kunnen het niet geloven. Dus bij deze nogmaals de complimenten aan de veldwerkers van de Colombiaanse kinderbescherming die hem aan ons gematcht hebben! Hij lijkt op ons allebei, zeggen mensen. Zelfs op mij hahaha. Nu zie ik dat wel in gedrag natuurlijk, want kinderen kopiëren nu eenmaal graag. Zeker van hun stoere vader. Juist daarom is het zo belangrijk om het goede voorbeeld te geven, ook al valt dat niet altijd mee. Hoe was het ook weer, Miko? Wat zei je vader: opvoeden is 10% regels en 90% voorbeeld geven? Zoiets toch? Honderd procent waar.
Zwemmen is ook helemaal Estiven's ding. Het gaat nog steeds niet vervelen. En we gaan nu ook af en toe voetballen op het veld tegenover ons huis, van Jong Colombia. Hij vindt het leuk, maar of het een echte voetballer gaat worden? Ik betwijfel het. Het allerleukste naast zwemmen vindt hij nog altijd dansen, als het over sport gaat dan. Grappig om te zien.
Gisteren heb ik hem gezegd dat zijn oma ook een sterretje gaat worden. 'Ik hoop het nog niet', antwoordde hij. Wat dat betreft krijgt hij het aardig voor zijn kiezen bij ons natuurlijk. Maar hij gaat er knap mee om. Hij weet dat hij alles mag en kan zeggen tegen ons en dat doet hij dan ook. Ik hoop alleen dat het allemaal gebeurt als hij er niet is. Hij hoeft er van mij niet mee geconfronteerd te worden. Hij is een kind en hij moet vooral kind blijven. Shit krijgt hij nog genoeg in zijn leven.
Hij begint weer Spaans tegen me te spreken! hij kijkt alleen maar TV in het Spaans, dus dat schiet weer lekker op! Hij vindt het nu ook wel stoer. Af en toe gooit hij er ook wat Papiamento doorheen, dat is grappig. 'Ay no, swa' is zijn favoriete uitspraak tegenwoordig ('och nee, vriend!).
En hij groeit als kool. Het wordt een flinke knaap en inderdaad, hij gaat me inhalen, al zit ik wat dat betreft naar hem toe nog in een ontkenningsfase. Slim is hij ook. Op school gaat het prima en hij had een uitstekend rapport, waarbij het zwaartepunt voor ons met name lag op gedrag en ijver. We weten dat hij een slim mannetje is, maar dat komt er niet uit als je er met de pet naar gooit of als je geen steun krijgt omdat je niet lekker ligt.
Maar hij is het fiepje van de juf. Estiven is altijd vroeg op school en maakt altijd de deur open voor de juf! Hij is en blijft een getleman. Het is een sociaal mannetje dat met anderen rekening houdt. Knap is dat. Eergisteren nog stond hij op een luchtkussen te springen bij het Blue Bay Golftoernooi waar ik voor mijn werk even heen moest. Toen waren er ook wat kleine kinderen op het springkussen die in het gedrang kwamen tussen de grotere kinderen. Dan is Estiven degene die de kleintjes beschermt en oppakt als ze huilen.
Talen zijn z'n ding. Dat is mooi, maar wij weten onderhand niet meer in welke taal we moeten spreken, willen we eens dat hij ons niet begrijpt. Engels is ook al niet meer veilig. Laatst zaten we in de auto terug van school en werk naar huis. Op de radio een Engelstalig hiphop-achtig liedje. Hoor ik ineens op de achterbank met een piepstemmetje 'I'm sexy and you know it', hahaha.
Aan de andere kant valt het niet altijd mee voor hem. Mich heeft het natuurlijk zwaar en druk met haar moeder en die eist alle aandacht op. Estiven heeft daar nog begrip voor ook (veel meer dan ik!), maar het is natuurlijk wel moeilijk voor hem. Bij vlagen gooit hij dan begrijpelijkerwijs de kont tegen de krib. En is er even geen land met hem te bezeilen. Maar dat hoort erbij. Je moet geen kind hebben dat altijd maar lief is.
We hebben hier weinig mensen verteld dat hij geadopteerd is. Op school natuurlijk wel. Eigenlijk overbodig. En als we het dan eens vertellen, kijken mensen ons met grote ogen aan. Ze kunnen het niet geloven. Dus bij deze nogmaals de complimenten aan de veldwerkers van de Colombiaanse kinderbescherming die hem aan ons gematcht hebben! Hij lijkt op ons allebei, zeggen mensen. Zelfs op mij hahaha. Nu zie ik dat wel in gedrag natuurlijk, want kinderen kopiëren nu eenmaal graag. Zeker van hun stoere vader. Juist daarom is het zo belangrijk om het goede voorbeeld te geven, ook al valt dat niet altijd mee. Hoe was het ook weer, Miko? Wat zei je vader: opvoeden is 10% regels en 90% voorbeeld geven? Zoiets toch? Honderd procent waar.
Zwemmen is ook helemaal Estiven's ding. Het gaat nog steeds niet vervelen. En we gaan nu ook af en toe voetballen op het veld tegenover ons huis, van Jong Colombia. Hij vindt het leuk, maar of het een echte voetballer gaat worden? Ik betwijfel het. Het allerleukste naast zwemmen vindt hij nog altijd dansen, als het over sport gaat dan. Grappig om te zien.
Gisteren heb ik hem gezegd dat zijn oma ook een sterretje gaat worden. 'Ik hoop het nog niet', antwoordde hij. Wat dat betreft krijgt hij het aardig voor zijn kiezen bij ons natuurlijk. Maar hij gaat er knap mee om. Hij weet dat hij alles mag en kan zeggen tegen ons en dat doet hij dan ook. Ik hoop alleen dat het allemaal gebeurt als hij er niet is. Hij hoeft er van mij niet mee geconfronteerd te worden. Hij is een kind en hij moet vooral kind blijven. Shit krijgt hij nog genoeg in zijn leven.
Narcostaat Mexico - Boevenstaat VS
Sta mij toe dat ik even een zijstap maak. Een klein zijstapje, want waar ik het over wil hebben, treft ons allemaal. Ik heb zojuist het boek Narcostaat Mexico uitgelezen, van de schrijver Cees Zoon. Het is geen roman.
Heel in het kort schrijft hij dat de wereldeconomie ondertussen afhankelijk is geworden van de handel in drugs. Tijdens het dieptepunt van de economische crisis, begonnen in de VS, bleven enkele banken overeind door financiële injecties van de drugsmaffia. Oftewel: door witwaspraktijken. De politiek kneep maar even een oogje toe.
Ik concludeer uit het boek van Zoon, en hij is bepaald niet lichtvaardig te werk gegaan, dat de VS - en Europa, maar in mindere mate - de oorzaak is van de hele drugsproblematiek. De economie van de VS is inmiddels volledig afhankelijk geworden van de handel in drugs en de oorlog die dat met zich mee brengt.
Het begon allemaal met de Drooglegging van 1919... De puriteinen in de VS wilden het alcoholgebruik aan banden leggen. Pas in 1933 kwam men erachter dat dit geen haalbare kaart was en werd de wet weer ingetrokken. Het kwaad was toen al geschied. Er waren monsters gecreëerd die zich met iets anders dan de illegale productie en handel van alcohol moest gaan bezighouden...
In Zuid-Amerika wordt het spul verbouwd én gemaakt, want de Amerikaanse en Europese markt schreeuwt behalve om opium-derivaten en cocaïne ook om synthetische drugs als XTC en Ice. De slachtoffers van het drugsgebruik vallen in de VS en Europa, maar dat valt in het niet bij de slachtoffers die er vallen in producerende en transporterende landen, zoals Colombia, Bolivia en Mexico. Welbeschouwd heeft heel Latijns-Amerika er last van.
En dus zeggen ze in Latijns-Amerika: legaliseren die handel, zowel letterlijk als figuurlijk. Dat zal de VS nooit toestaan, want daarmee zou er een grote pijler onder de economie wegvallen. En als er dus al iets in die richting gebeurt, dan zullen de Latijns-Amerikaanse landen op eigen houtje het produceren en transporteren van drugs gaan legaliseren. De VS zullen dan moord en brand schreeuwen, maar dat is dan van een schijnheiligheid die zijn weerga niet kent.
Ik zeg: doen! Schijt aan de VS. Laat ze maar lekker snuiven daar, maar Latijns-Amerika hoeft de lasten daarvan niet meer te dragen. Het echte geboefte, lieve mensen, zit daar, in de VS. Tot in de absolute top van de politiek en het bedrijfsleven. Zij maken iemand als wijlen Pablo Escobar (ik noem hem, want iedereen kent zijn naam, maar inmiddels zijn er vele nieuwe Escobar's) tot een koorknaapje. Pablo wist het al vroeg: 'er is geen maarschappij die verslavingen weet uit te roeien'.
Heel in het kort schrijft hij dat de wereldeconomie ondertussen afhankelijk is geworden van de handel in drugs. Tijdens het dieptepunt van de economische crisis, begonnen in de VS, bleven enkele banken overeind door financiële injecties van de drugsmaffia. Oftewel: door witwaspraktijken. De politiek kneep maar even een oogje toe.
Ik concludeer uit het boek van Zoon, en hij is bepaald niet lichtvaardig te werk gegaan, dat de VS - en Europa, maar in mindere mate - de oorzaak is van de hele drugsproblematiek. De economie van de VS is inmiddels volledig afhankelijk geworden van de handel in drugs en de oorlog die dat met zich mee brengt.
Het begon allemaal met de Drooglegging van 1919... De puriteinen in de VS wilden het alcoholgebruik aan banden leggen. Pas in 1933 kwam men erachter dat dit geen haalbare kaart was en werd de wet weer ingetrokken. Het kwaad was toen al geschied. Er waren monsters gecreëerd die zich met iets anders dan de illegale productie en handel van alcohol moest gaan bezighouden...
In Zuid-Amerika wordt het spul verbouwd én gemaakt, want de Amerikaanse en Europese markt schreeuwt behalve om opium-derivaten en cocaïne ook om synthetische drugs als XTC en Ice. De slachtoffers van het drugsgebruik vallen in de VS en Europa, maar dat valt in het niet bij de slachtoffers die er vallen in producerende en transporterende landen, zoals Colombia, Bolivia en Mexico. Welbeschouwd heeft heel Latijns-Amerika er last van.
En dus zeggen ze in Latijns-Amerika: legaliseren die handel, zowel letterlijk als figuurlijk. Dat zal de VS nooit toestaan, want daarmee zou er een grote pijler onder de economie wegvallen. En als er dus al iets in die richting gebeurt, dan zullen de Latijns-Amerikaanse landen op eigen houtje het produceren en transporteren van drugs gaan legaliseren. De VS zullen dan moord en brand schreeuwen, maar dat is dan van een schijnheiligheid die zijn weerga niet kent.
Ik zeg: doen! Schijt aan de VS. Laat ze maar lekker snuiven daar, maar Latijns-Amerika hoeft de lasten daarvan niet meer te dragen. Het echte geboefte, lieve mensen, zit daar, in de VS. Tot in de absolute top van de politiek en het bedrijfsleven. Zij maken iemand als wijlen Pablo Escobar (ik noem hem, want iedereen kent zijn naam, maar inmiddels zijn er vele nieuwe Escobar's) tot een koorknaapje. Pablo wist het al vroeg: 'er is geen maarschappij die verslavingen weet uit te roeien'.
Abonneren op:
Berichten (Atom)
